Toespraak

06-03-2012

Toespraak voor oud-ambtenaren van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel

06 maart 2012, Egmontpaleis, Brussel


--- Enkel het gesproken woord telt ---

 

Mesdames et Messieurs les Ambassadeurs,

Mesdames et Messieurs les Généraux et Amiraux,

Excellences,

Mesdames et Messieurs les Professeurs,

Mesdames et Messieurs,

 

Me voilà entré dans ma cinquième année comme Ministre de la Défense. Cela fait plus de 1.500 jours déjà que je porte la responsabilité de l’armée belge. L’armée est la cible parfaite dès qu’il s’agit de réaliser des économies. N’empêche qu’on aime bien faire étalage du rôle qu’elle joue dans les opérations internationales.

 

L’opinion publique souhaite que l’armée fasse ce à quoi elle est destinée, c'est-à-dire mener des opérations. Mais cette même opinion publique a des difficultés à en accepter les conséquences, à savoir : le risque de blessés ou de victimes parmi les militaires. Des paradoxes comme ceux-là foisonnent et, s’il est vrai qu’ils ont certes rendu ces dernières années passionnantes à vivre, ils n’ont pas simplifié les défis à surmonter.

 

Je ne vais cependant pas trop m’attarder sur le passé. Vous avez assisté de très près aux changements dans les relations internationales, et souvent même, vous y avez joué un rôle. Le temps de la guerre froide est révolu et les nouvelles menaces pour notre sécurité ont un caractère asymétrique, imprévisible et souvent opportuniste.

 

L’armée belge telle que j’en ai hérité fin 2007, n’était pas à la hauteur de ces menaces. L’est-elle aujourd’hui ? Un travail comme le mien n’est jamais terminé, mais j’ai réussi à entièrement recadrer la vocation militaire.

 

La Belgique n’est pas un petit pays. Je pense que vous serez d’accord avec moi pour la compter parmi les pays européens de taille moyenne. Aussi est-il logique que nous prenions nos responsabilités en matière de politique étrangère. Dès le début, cela a été le fondement de ma politique, et je persisterai. Je vous propose de passer en revue ce qui a changé à la Défense, dans quelles opérations nous intervenons aujourd’hui et ce que nous réserve l’avenir proche.

 

Dames en Heren,

 

In 2007 moest Defensie een hoognodige gezondheidskuur ondergaan. Mijn aandacht ging uit naar het aanpakken van de relatieve beperktheid en ondoelmatige aanwending van de aanwezige middelen, het terugvinden van een budgettair evenwicht, de nodige afslanking van het personeelsaantal, het afbetalen van een torenhoge schuld (2,2 miljard euro waarvan de helft nu is afbetaald) en het vrijmaken van de nodige budgettaire middelen voor investeringen. Qua uitdagingen kan dit tellen.

 

Sinds mijn aantreden is het personeelsaantal van 42.000 teruggebracht naar 33.500. 23 van de 79 kwartieren en kazernes werden gesloten. Dit klinkt hard in de oren, maar ik verzeker u dat het nodig was. In sommige gevallen functioneerde de kazerne nog enkel als werkgelegenheidsplaats. Het leger als symbool van een wekgelegenheidsmachine! De personeelskosten lieten geen enkele budgettaire speling meer over. En de afslanking is nog niet ten einde. Tegen eind 2014 zal Defensie nog 30.000 militairen en 2.000 burgers tellen. Maar zal ze performanter dan ooit zijn, ik kom er nog op terug.

 

In combinatie hiermee brachten we verjonging. De laatste jaren hebben we massaal jonge mannen en vrouwen aangeworven, dit jaar zijn er 1.500 openstaande plaatsen. Voor elke openstaande plaats ontvangen we gemiddeld 8 sollicitaties.

 

Minder personeelskosten moet meer ruimte vrijmaken voor investeringen in materiaal en operaties. Dankzij het transformatieplan kunnen we in tijden van economische besparingen toch de broodnodige investeringen doorvoeren ter grootte van ongeveer 100 miljoen euro per jaar, bovenop de verdere afbetaling van de resterende investeringsschuld.

 

We hebben aanzienlijk bijgedragen aan de verschillende besparingsrondes die ons land heeft doorgevoerd. Gedurende vijf opeenvolgende jaren is er 800 miljoen euro bespaard, wat overeenkomt met een volledige indexsprong. Gecombineerd met de afgeloste schuld van 1,2 miljard komt dit zelfs overeen met twee sprongen.

 

Al deze ingrepen waren een absolute noodzaak om ons hoofddoel te verwezenlijken. De kerntaak van Defensie is immers duidelijk: militaire operaties. Vandaag nemen we onze verantwoordelijkheid op. Ons land levert een substantiële en permanente deelname aan de belangrijkste operaties voor vrede en veiligheid in de wereld. Verhoudingsgewijs (baserend op het bevolkingsaantal) is onze bijdrage zelfs hoger dan die van Duitsland of Frankrijk. Tijdens deze legislatuur zullen we opnieuw op permanente basis een 1000-tal militairen in operatie hebben. We houden ook personeel en middelen vrij voor een eventuele bijkomende militaire operatie, zoals Libië in 2011.

 

Notre rôle dans le conflit libyen a été extrêmement important. Nous avons aussi pu en tirer des enseignements profitables. Le printemps arabe est survenu de manière inopinée, avec un impact impossible à prévoir. Le processus décisionnel de participation s’est déroulé à l'avenant. Cela n'a pas été sans entraîner d’inévitables difficultés en Belgique. Souvenez-vous : la décision a été prise par un gouvernement en affaires courantes. Voilà qui donne matière à discussion aux constitutionnalistes.

 

Et Mesdames et Messieurs,

 

Il s’agissait bien ici d’une mission offensive avec pour objectifs d’imposer une zone d'exclusion aérienne et d’empêcher la violence contre la population. Je ne parle pas de guerre, mais bien d’une action militaire dans des circonstances de guerre. Nos pilotes ont accompli 626  missions dans l’espace aérien libyen, soit 2553 heures de vol. Au total, nous avons largué 473 bombes à guidage GPS ou laser. 97 % de ces bombes ont atteint leur cible.

 

Pour aucune des interventions, on n’a rapporté de dommages collatéraux.

 

Notre participation a démontré un certain nombre de choses : tout d‘abord que nos militaires sont capables de passer très vite du mode entraînement à la réalité (rappelez-vous la base d’Araxos dans le Péloponnèse) ; que nous avons une capacité d’agir rapide et précise ; et que, comme pays de taille moyenne, nous pouvons jouer un rôle important en opération militaire. Nous ne nous sommes pas cachés au moment où les mandats ont été attribués. Bien au contraire, nos partenaires internationaux étaient impressionnés par le fait que les pilotes belges ne reculaient devant aucune mission. « The gallant Belgians » worden we genoemd, dit was ooit anders.

 

Il y a toutefois des enseignements moins positifs à tirer du conflit libyen. Le printemps arabe a eu lieu il y a un an, et, aujourd’hui encore, la situation dans la plupart des pays est loin d’être stable. L’intervention militaire dans le conflit libyen a été un succès et a atteint ses objectifs en quelques mois de temps. Toutefois, une intervention militaire à elle seule ne suffit manifestement pas. Les seules solutions possibles sont à la fois civiles et militaires !

Je suis déçu et choqué de la profanation de tombes militaires en Libye.

 

L’intervention militaire a démontré que, dans bon nombre de domaines, les pays européens restent encore trop dépendants des États-Unis, entre autres dans les domaines du ravitaillement en vol et de la collecte de renseignements.

 

Dames en Heren,

 

Zoals eerder gezegd hebben we een duizendtal militairen in operaties over de gehele wereld. De grootste militaire vredes-ondersteunende operatie van het moment, ook voor de Belgen, is deze in Afghanistan. De operatie is anders dan die in Libië. Daar verhinderden we een regime om misdaden te plegen tegen zijn eigen bevolking. In Afghanistan staan we de overheid bij in de heropbouw van het land. België levert al meer dan 10 jaar een militaire bijdrage. Onze aanwezigheid is er geëvolueerd van een eerder bescheiden passieve rol naar een actieve, belangrijke rol vandaag. En dit zal tot minstens eind 2014 het geval blijven.

 

In het noorden van Afghanistan, in Kunduz, leveren we een bijdrage aan het provinciale reconstructieteam. We hebben er ook militairen die Afghaanse collega’s opleiden en begeleiden tijdens hun opdrachten. Ook in Mazar-e-Sharif en Kaboel leiden we Afghaanse militairen op. Aan opleiding wordt grote aandacht besteed vermits het Afghaanse veiligheidsapparaat op middellange termijn stevig genoeg op eigen benen moet staan om de veiligheid in het land te garanderen.

 

Sinds september 2008 verzekeren Belgische militairen met eerst vier en later zes F-16 jachtvliegtuigen vanuit Kandahar de volledige luchtsteun van de ISAF-troepen in heel Afghanistan. Ook hier bewijzen we ons nut omwille van de technische superioriteit van onze toestellen en kunde van onze piloten. Sedert hun aankomst hebben onze toestellen meer dan 11.000 uren gevlogen.

 

De belangrijkste operatie van het moment komt in een slotfase. Ter uitvoering van de beslissingen genomen tijdens de NAVO-top in Lissabon in 2010 zal ook België, in overleg met onze partners van de NAVO, de EU en de VN een kalender vastleggen voor onze militaire aanwezigheid in het land. Onze beveiligingsopdracht op de luchthaven van Kaboel zullen we dit jaar stopzetten. Ik verwijs hierbij naar het regeerakkoord. We mogen in ieder geval het land niet halsoverkop verlaten, maar moeten erover waken dat onze inspanningen van de afgelopen jaren niet teniet worden gedaan.

 

De actievere rol die we spelen brengt bijkomende verantwoordelijkheden en risico’s met zich mee. Hier zitten we weer met die paradox. Jongeren die vandaag de dag militair willen worden, wensen op buitenlandse missie te vertrekken. Ze weten maar al te goed waaraan ze zich kunnen verwachten en zijn bereid de verantwoordelijkheden en de risico’s te dragen. Toch merk ik regelmatig dat de publieke opinie deze mening niet steeds deelt.

 

Als Minister vind ik het mijn plicht om Defensie in te schakelen in opdrachten waarvoor het bestaat. In samenwerking met de Staf houdt dit telkens een degelijk geëvalueerde keuze in. Het is dan ook onze plicht het personeel hiervan bewust te maken, hen de best mogelijke opleiding aan te bieden en hen uit te rusten met het meest moderne materiaal.

 

We konden ons niet langer veroorloven om onze partnerlanden het echte werk te laten doen terwijl wij ons toelegden op een logistieke ondersteuning of de meest veilige opdrachten voor onze rekening namen. Het opteren voor een militaire aanwezigheid in een bepaalde regio houdt in dat civiele middelen hetzij onbestaand, hetzij ontoereikend zijn. Ik breng regelmatig een bezoek aan de Belgen in operatie om de situatie ter plaatse met eigen ogen te bekijken en vooral om er te spreken met militairen. En ik kan u verzekeren dat ze zeer positief staan tegenover deze nieuwe opdrachten.

 

Mesdames et Messieurs,

 

Notre deuxième effort le plus important se situe au Liban. Depuis le conflit entre Israël et le Liban en 2006, de nombreux militaires belges sont déployés dans ce pays. Ces dernières années cette mission s’est recentrée sur le déminage et le marquage de la Blue Line, la frontière internationale reconnue entre Israël et le Liban. Pour l’instant nous maintenons une centaine de militaires sur place. Les Nations Unies prévoient que la Blue Line sera presque entièrement marquée au printemps prochain. Deux options s’ouvrent: soit un retrait, soit une réorientation de la mission. Ce choix est important. Pour autant que notre présence sur place soit réellement utile, je ne m’opposerai pas à une prolongation de leur séjour. Mais je veux éviter à tout prix que nous nous enferrions dans une opération militaire.

 

Nos autres missions militaires ont pour théâtre le continent africain ou ses alentours. Pour notre Marine, EUNAVFOR ATALANTE reste une priorité. Cette opération est menée par l’Union Européenne contre la piraterie à la hauteur de la Corne de l’Afrique. En septembre 2012, la frégate Louise-Marie y participera pour la troisième fois. Cet engagement implique le déploiement de quelque 165 militaires et une représentation belge dans les quartiers généraux de cette opération.

 

Pour résoudre définitivement le problème de la piraterie, il faut l’attaquer à la racine. Tant que la Somalie restera une zone de non-droit, les pirates continueront à utiliser le pays comme base d’attaque.

 

La Belgique contribue indirectement aux efforts déployés pour remédier à cette situation,  par le biais de partenariats militaires avec un certain nombre de pays africains. C’est ainsi que les militaires belges participent en Ouganda à la formation de militaires somaliens qui sont ensuite déployés dans leur propre pays. Au Burundi, nous contribuons à l’entraînement de cadres burundais. Le Burundi fournit un contingent de quelque 4.400 militaires aux missions de paix en Somalie sous l’égide de l’Union africaine.

 

Qu’on y soit favorable ou opposé, notre pays entretient des liens avec la République démocratique du Congo. Dès qu’il est question du Congo dans les cercles internationaux, les regards se tournent vers la Belgique. Mais nous n’avons pas la solution miracle ! La Défense contribue à la stabilité du pays en maintenant une capacité de transport aérien, un C-130,  en appui de la mission de l’ONU, la MONUSCO. Entre-temps le cap des 2.000 heures de vol a été dépassé.

 

La mission EUSEC nous permet de soutenir le processus de gestion financière, la ‘chaîne de paiement’ des militaires congolais. Et à Kindu, nous sommes chargés de l’instruction des bataillons congolais. Nous leur enseignons non seulement la tactique militaire mais veillons aussi tout particulièrement aux aspects éthiques de la fonction de militaire.

 

Dames en Heren,

 

U ziet dat de tijd dat we enkel in de kazernes in België zaten duidelijk voorbij is. Of het nu onder vlag van de NAVO, de EU of de VN is, onze militairen nemen deel aan de belangrijkste vredesopdrachten in de wereld.

 

Het is die internationale samenwerking die verder dient ontwikkeld te worden. Tijdens het Belgische Voorzitterschap van de Europese Unie, in 2010, heb ik de impuls gegeven tot een nieuwe manier van samenwerken, gebaseerd op de principes van “pooling & sharing” van de middelen.

 

Dit concept is een begrip geworden onder de Europese lidstaten. Meerdere concrete projecten werden opgestart, waarin ons land vaak een voortrekkersrol speelt. Het Europees Defensieagentschap steunt de Europese lidstaten op hun weg tot nauwere samenwerking. Ook binnen de NAVO is het concept een aandachtspunt onder de noemer “Smart defense”.

 

België heeft zo afstand genomen van de institutionele benadering van het Europese veiligheids- en defensiebeleid, en geeft nu de voorkeur aan een pragmatische aanpak. Vorige week heb ik samen met mijn Nederlandse collega in Den Helder deze aanpak nogmaals in de verf gezet. De Benelux is een ideaal forum voor defensiesamenwerking. Aangezien de defensiebegrotingen niet zullen stijgen, moet elke defensie-euro geoptimaliseerd worden. De euro moet als het ware meer waarde krijgen door de rendementsstijging die voortvloeit uit gezamenlijke projecten. Ik pleit hiermee voor wat ik een “European Defence Currency” noem.

 

Door effectief en doelmatig te investeren in een moderne defensiecapaciteit neemt Europa zijn verantwoordelijkheid op ten aanzien van de Verenigde Staten van Amerika, die nog steeds Europa in hun veiligheidssfeer behouden maar noodgedwongen hun defensiestrategie op Azië zullen heroriënteren.

 

Het lijkt mij echter even belangrijk om onze relatie met Rusland te herbekijken. De situaties in Syrië en in Iran tonen de absolute noodzaak hiervan aan. De wereld kijkt machteloos toe hoe één land zijn burgers vermoordt en hoe het andere land een nucleair arsenaal opbouwt dat een rechtstreekse dreiging vormt voor Israël. In beide gevallen worden we geconfronteerd met de grenzen van het VN-systeem, dat er nochtans op gericht is vrede en veiligheid te garanderen. België kan in deze context niet veel meer zijn dan een stevige pleitbezorger van verdere ontwapeningsgesprekken en een diepgaandere samenwerking tussen de Verenigde Staten en Rusland en de NAVO.

 

Dames en Heren,

 

De toekomst is aan de samenwerking. Zoals ook de conflicten het vandaag weer aantonen is dit dé grote uitdaging van de 21ste eeuw, en het zal ook tijdens deze legislatuur mijn prioriteit blijven om hier verdere concrete vooruitgang te boeken.

 

Pieter De Crem

Minister van Defensie

 

 

--- Enkel het gesproken woord telt ---

 


< Vorige bericht