Discours

30-01-2012

Discours aux Journées Diplomatiques 2012

Le 30 janvier 2012, Journées Diplomatiques, Bruxelles


- - Enkel het gesproken woord telt - -

 

 

Excellenties, Dames en Heren,

Excellences, Mesdames et Messieurs,

 

2011 was een zeer bewogen jaar. De Arabische Lente kwam voor ons allen onverwacht en met een impact die niemand van ons op voorhand had kunnen inschatten. Een ingrijpende omwenteling die plaats vond net buiten de Europese grenzen. Een proces waarvan het eindresultaat nog steeds onzeker is. Een proces dat nog steeds onze bijzondere aandacht vereist.

 

Ik moet wel zeggen dat, hoe dichterbij een conflict zich ontwikkelt, met een grotere zichtbaarheid en quasi onmiddellijke impact, bijvoorbeeld op vluchtelingenstromen, hoe vlugger een militaire operatie gelegitimeerd is. Dit in verhouding tot sommige conflicten die zich op enkele duizenden kilometers van Brussel bevinden.

 

Ons land werd gedurende deze periode bestuurd door een regering in lopende zaken. Maar mede dank zij een goede dialoog met het Parlement slaagde België erin daadkrachtig op te treden wanneer Kolonel Kadhafi geweld gebruikte ten aanzien van zijn eigen bevolking.

 

Het weze mij toegelaten toch uw aandacht er op te vestigen dat deze besluitvorming “easier said than done” was. Het vergde heel wat overleg. Niet alleen in het Parlement, zoals eerder gezegd, maar vooral voorafgaandelijk op regeringsniveau. Het is een understatement dat ik toch wat het belang voor België qua imago extra diende te benadrukken. Eenmaal deze klip genomen – herinner u het relletje in verband met de typologie “offensieve operatie” – alsof resolutie 1973 een verkennende operatie was.  Neen, ze was offensief en had naast embargo, het opleggen van een no-fly zone en het verhinderen van geweld tegen de bevolking als objectief.

 

Onze militairen schakelden dus in recordtempo over van training in Griekenland naar de realiteit, vanuit Araxos. De Belgische bijdrage tot het internationale optreden in Libië werd een succes.

 

Dit ging niet onopgemerkt voorbij in de internationale pers, aangetoond door onder meer een artikel uit de Financial Times, daterend van oktober 2011 en getiteld: “The Libyan war and the gallant Belgians”. De bondgenoten bleken onder de indruk van de rol die een aantal kleinere landen speelden tijdens het conflict, in het bijzonder deze van België, en waardoor voor constitutionalisten de notie “lopende zaken” er een rekbare interpretatie heeft bijgekregen. Ik spreek niet over oorlog, maar wel aan een operatie in oorlogsomstandigheden deelnemen én beëindigen.

 

De positieve appreciatie is op haar plaats, Belgische F-16 jachtvliegtuigen voerden 626 zendingen uit boven Libië met een totaal van 2573 vlieguren. Meer dan een derde van deze zendingen gebeurde bij nacht. Op alle cruciale momenten in het Libische conflict hingen F-16’s in de lucht. In totaal werden 473 bombardementen uitgevoerd (zowel met laser als gps-geleide wapens).

 

Hiermee bewezen we onze snelheid van handelen en, de voor mij uiterst belangrijke realisatie, namelijk dat we een actie tot een goed einde kunnen brengen. IN en OUT komen dichter bij elkaar te liggen. Het is met deze ingesteldheid dat ik nu verder wil gaan. Een dergelijk optreden is het resultaat van de nieuwe, en enig mogelijke koers die Defensie de laatste jaren is ingeslagen.

 

Mesdames, Messieurs,

 

L’effectif du personnel de la Défense a été substantiellement réduit. Déjà au début de 2012, soit une année plus tôt que prévu, les effectifs du département étaient réduits à 34.000 personnes. Nous continuerons sur cette lancée afin d’aboutir à un effectif de 32.000 (30.000 militaires et 2.000 civils) au plus tard en 2015.

 

Toutefois, cette évolution ne peut aller de pair avec une réduction de notre compétence et performance. Au contraire, vous ne l’ignorez pas et vous l’avez ressenti, la notion clé de la Défense a toujours été, est et restera à mes yeux : les opérations.

 

La compression des dépenses de personnel, ainsi qu’une réduction de la dette de 50 %, réalisées dans la législature précédente, ont permis de dégager des moyens budgétaires suffisants pour mener une politique d’investissement cohérente.  Ainsi on procèdera à un plan d’investissement de soi-disant petite taille, se situant à une charge de paiement aux alentours de 100 millions d’euros par année.

 

Pendant cette courte législature d’à peine 30 mois, les grands dossiers, c’est-à-dire, la succession des F16, des frégates et des moyens de « lutte anti-mines » ne seront pas abordés. Bien entendu, ceci n’empêche pas que l’on se lance dans la discussion sur l’approche meilleure valeur / best value et je la soutiendrai. 

La pyramide des âges des militaires devra être assainie par le biais d’un recrutement dépassant la moyenne des cinq dernières années. Cela signifiera concrètement que la Défense recrutera 1500 militaires cette année-ci et ceci dans tous les grades, à cela s’ajoute aussi mon initiative de l’EVMI.

 

La transformation de nos troupes, aujourd’hui presqu’entièrement finalisée, a nécessité de nombreux efforts, voire des sacrifices. D’abord soumise à une critique nourrie, la transformation a ensuite fait l’objet de nombreux éloges. Une chose reste claire : elle était inéluctable et donc absolument nécessaire.

 

Plus petite et plus professionnelle, mieux équipée et entraînée : telle est la Défense d’aujourd’hui.

 

Nous avons recentré l’attention sur la mission première : les opérations pour la paix et la sécurité.

 

Vous l’aurez certainement déjà constaté dans vos contacts journaliers, aujourd’hui le département jouit d’une reconnaissance internationale pour le travail effectué sous la bannière de l’Union Européenne, de l’OTAN ou des Nations Unies.

 

Nous ne devons toutefois pas nous reposer sur ces lauriers. La confiance doit encore être renforcée par une contribution permanente et substantielle aux opérations à l’étranger. Nous devons continuer à garantir une plus grande visibilité à l’étranger, en prenant une « fair share » des efforts parmi nos partenaires.

 

Sinds het begin van de operatie maakt België deel uit van de International Security and Assistance Force in Afghanistan, ISAF. Zij blijft met voorsprong onze belangrijkste militaire operatie en dat zal ook tot minstens 2014 zo blijven. De voorbije jaren is ons aandeel in de operatie sterk uitgebreid. In de noordelijke provincie Kunduz behouden we ook dit jaar onze deelname aan het “Provincial Reconstruction Team”. Net als onze twee “Operational Mentor and Liaison Teams” die instaan voor de opleiding van hun Afghaanse collega’s. Ook in Mazar-e-Sharif blijven we verder Afghaanse miltiairen opleiden. Deze vormingen werpen duidelijk hun vruchten af.

 

Onze militairen hebben een vertrouwensband opgebouwd met hun Afghaanse collega’s, we leiden hen op rekening houdend met hun eigenheid. Er is nog werk aan de winkel, maar de Afghaanse overheid neemt er gaandeweg steeds meer verantwoordelijkheden over.

 

In het zuiden van Afghanistan behouden we de aanwezigheid van zes Belgische F-16 gevechtsvliegtuigen. Zij zorgen op mijn voorstel sinds september 2008 ononderbroken voor de volledige territoriale luchtondersteuning van onze activiteiten, die van de ISAF-partners en van de Afghanen en hebben ondertussen 11000 vlieguren gepresteerd. Dit tot algehele voldoening.

 

In overleg met onze partnerlanden voorziet de regering een wijziging van de inzet van onze militairen in de hoofdstad Kaboel. Tegen het eind van 2012 zullen we de bewakingsopdracht op Kabul International Airport stopzetten. Deze bewakingsopdracht is meteen ook de langst lopende Belgische bijdrage aan ISAF. We blijven echter aanwezig in Kaboel, binnen de internationale hoofdkwartieren, de nationale inlichtingencel en om steun te leveren in diverse opleidingscentra van het Afghaanse leger. Het doel werd bereikt, en de Afghanisatie-metafoor van ISAF kan hier gerealiseerd worden.

 

Ik zal er in het bijzonder voor zorgen, in volle samenwerking met onze partners van de NAVO, de Europese Unie en de VN, een strategie en een kalender te bepalen voor de aanwezigheid van de Belgische troepen in Afghanistan, ter uitvoering van de conclusies van de NAVO-top in 2010. Dit betekent dat we Afghanistan niet halsoverkop mogen en kunnen verlaten.

 

Au Liban aussi nous sommes à un tournant de notre politique. Dans les jours qui ont suivi la guerre de 2006 nous avons œuvré à la reconstruction du pays, en déployant des troupes du Génie, un hôpital de campagne et des démineurs. Au départ l’objectif principal était de neutraliser les sous-munitions, un risque mortel pour la population locale.

 

Ces dernières années les Casques bleus belges se sont concentrés sur le déminage et le  marquage de la Blue Line, la frontière internationale reconnue entre Israël et le Liban. L’ONU prévoit que la Blue Line sera marquée de 85 à 90 % d’ici la fin octobre 2012.  Il y a une semaine, j’ai eu l’occasion d’évaluer la situation sur place. Une concertation est en cours au niveau international en vue d’un possible retrait de la capacité de déminage belge et d’une réorientation de la contribution belge vers une autre forme d’engagement.

 

Sur le continent africain, l’engagement belge s’inscrit surtout dans le cadre des différents “Programmes de Partenariat Militaire”, qui comprennent des projets de coopération bilatérale avec des partenaires africains privilégiés.

 

En République démocratique du Congo nous assurons la formation, la supervision et l’évaluation des 321ème et 322èmeBataillon des Unités de Réaction rapide ainsi que l’instruction, la formation, l’encadrement et l’évaluation des instructeurs pour l’Académie militaire de Kananga et l’école du Génie de Likasi. Nous leur enseignons non seulement la tactique militaire mais veillons aussi tout particulièrement aux aspects éthiques de la fonction de militaire. Une nécessité absolue dans un pays en proie à de nouvelles tensions.

 

Par ailleurs, la Défense ne perd pas de vue la présence de nos nombreux ressortissants sur place. La situation est suivie de très près et nos militaires se tiennent prêts à les évacuer en cas de besoin.

 

Au Burundi, les militaires belges assurent l’entraînement et la formation des instructeurs dans différentes spécialités selon le principe de “Train and coach the Trainer”.

Au Bénin, nous appuyons la création et le développement d’une garde côtière pour la lutte contre la piraterie, la contrebande et l’exploitation marine illégale dans la région. Nous y soutenons aussi diverses activités d’entraînement relatives au maintien des capacités opérationnelles et de soutien dans le cadre d’opérations de maintien de la paix sous l’égide de l’ONU ou de l’Union africaine.

 

En Ouganda, nous participons à l’instruction et l’entraînement nécessaires des détachements en préparation de missions de l’ONU ou de l’Union africaine.

 

Naast deze bilaterale partnerschappen maken Belgische militairen ook deel uit van vredeshandhavende en veiligheidsoperaties in dezelfde regio.

 

Eind dit jaar zal een Belgisch fregat voor de derde maal deelnemen aan de EU-operatie EUNAVFOR ATALANTA, gericht tegen piraterij in de Golf van Aden. Hier zullen in totaal 165 Belgische militairen aan deelnemen.

 

Ik heb nooit getwijfeld om mijn steun toe te zeggen voor de beveiliging van onze koopvaardijschepen. Wanneer er in het buitenland vijandige acties worden ondernomen tegen een schip met Belgische vlag moeten we daartegen optreden.

 

De vorige deelname van een Belgisch fregat ging in ieder geval niet onopgemerkt voorbij. Een van de kapers van het Belgische baggerschip “De Pompei” werd opgepakt en de nieuwe Belgische wet op piraterij, die op aansturen van mezelf en mijn toenmalige justitie-collega Stefaan De Clerck was gestemd, maakte vervolging voor een Belgische rechtbank mogelijk.

 

In de Democratische Republiek Congo zullen we onze deelname aan de European Union Security Mission verderzetten. We behouden er ook de luchttransportcapaciteit, een C-130, die ten dienste staat van MONUSCO.

 

Binnen een achttal dagen breng ik een bezoek aan de Afrikaanse Unie en enkele Afrikaanse landen om toekomstige beslissingen zo goed mogelijk te onderbouwen in het voormelde politiek-militaire raamwerk.

 

Naast de deelname aan internationale operaties en de bilaterale partnerschappen levert de Belgische Defensie ook een belangrijke bijdrage aan de Europese Battle Group en de NAVO Reaction Force. Vanaf het eerste semester van dit jaar draagt België met 450 militairen bij aan de EUBG onder Frans Commando. In het kader van de snelle interventiemacht van de NAVO levert Defensie in 2012 zes jachtbommenwerpers F-16 en een mijnenjager.

 

Vous l’aurez compris, de nombreux défis nous attendent en ces temps de crise économique, financière et politique.  Comme je le disais précédemment, nous devrons faire plus avec moins de  moyens, en nous en avons fourni la preuve dans les faits. N’est-ce pas une recommandation pour d’autres départements tels que la justice ou la police ?

 

Pendant la présidence belge de l’Union européenne en 2010, j’ai introduit un nouveau type de collaboration. Le concept de “Pooling and Sharing”, le partage et la mutualisation, sur la base du “Ghent Framework” a entre-temps acquis ses lettres de noblesse parmi les états membres de l’Union.  Je cite un article de l’Agence européenne de Défense: « The Ghent initiative is recognized as a starting point for Pooling and Sharing, being the « wake-up call », the origin of a « political momentum » for Pooling and Sharing ».

 

Demain, je prononcerai le discours d’ouverture à la Conférence annuelle 2012 de l’Agence Européenne de Défense (European Defence Agency). Mon message sera clair et net : la seule voie vers une politique de sécurité européenne est celle d’une collaboration plus étroite entre les différents états-membres.

 

Par ailleurs, nous ne pouvons pas perdre de vue nos partenaires transatlantiques. Les pays membres de l’OTAN et de l’UE sont souvent actifs dans les mêmes régions de conflit et les coupes budgétaires dans la défense démontrent la nécessité de créer des synergies nouvelles.

 

La Belgique continuera à jouer son rôle de pionnier dans ce domaine du Pooling & Sharing, qui, au niveau de l’OTAN, est présenté sous la notion « Smart Defence ». Pendant cette législature, nous continuerons à œuvrer au renforcement de la collaboration internationale en vue de dégager de nouvelles synergies, d’accroître l’efficacité et de réduire les coûts.

 

Je m’investirai activement dans toute initiative visant à mettre en place et à développer une politique de la défense européenne, composante essentielle d’une politique étrangère crédible pour l’Union européenne.

 

Au niveau interdépartemental dans le cadre de liens approfondis, en concertation avec les Affaires étrangères, la Coopération au Développement ainsi que la Justice et les Affaires intérieures, l’intégration d’efforts s’imposera.

 

Les solutions aux problèmes fondamentaux dans les régions de conflit ne sont jamais de nature exclusivement militaire. Elles requièrent au contraire une approche complémentaire et intégrée, tant au niveau international qu’interdépartemental.

 

Het zijn de drie D’s – Diplomacy, Defence and Development – die de kern vormen tot het aanpakken van conflicten wereldwijd. De toestand in Somalië en Afghanistan toont dit duidelijk aan. Net als de Arabische Lente, het Libische conflict en de toestand in Syrië. Defensie heeft haar rol gespeeld in Libië. Het land is echter nog steeds onstabiel en de toekomst onzeker. Europa dient de democratische bewegingen in het land te steunen zodat de heropbouw van een stabiele en democratische staat concreet vorm kan krijgen. Indien de toestand evolueert  naar een Arabische Winter, zal het in de toekomst veel moeilijker zijn om onze publieke opinie nog voor gelijkaardige inspanningen te winnen.

 

Ik wens u oprecht te danken voor uw essentiële bijdrage in onze nationale reflectie hieromtrent. Ik wens dan ook in volle transparantie met u allen te werken, dat weet u. Defensie maakt integraal deel uit van ons buitenlands beleid, ik verwacht dan ook dat jullie ons verder blijven voeden met informatie.

 

Pendant cette législature la Défense compte préparer dignement la commémoration du centenaire de la guerre de ’14-18’.  J’aurai l’occasion d’aborder ce sujet avec mes collègues néo-zélandais et australiens dans les semaines à venir.

 

Talrijke uitdagingen wachten ons. Het zijn echter ook interessante tijden waarin we de mogelijkheid hebben om nieuwe wegen in te slaan. Mede dankzij u geniet het Belgische buitenlandse beleid vandaag een hoog aanzien bij onze internationale partners.

 

Ik wens u allen te danken voor uw inbreng en inzet in al deze dossiers. Uw bijdrage hierin is cruciaal en wordt door mij enorm gewaardeerd.

 

Uw werk is niet eenvoudig. Zoals de Amerikaanse dichter Robert Frost het verwoordde:

 

“A diplomat is a man who always remembers a woman’s birthday, but never remembers her age!”

 

Ik dank u voor uw aandacht en wens u allen en uw families het allerbeste toe voor dit nieuwe jaar.

 

Je vous remercie pour votre attention et vous présente ainsi qu’à vos familles mes meilleurs vœux pour cette nouvelle année.

 

Pieter De Crem

Minister van Defensie.

 

- - Enkel het gesproken woord telt - -

 


< Message précédent