Voor de zes Belgische ontmijners die vrijdag in een vuurgevecht met Afghaanse opstandelingen betrokken raakten, is het hachelijke avontuur goed afgelopen. Ze werden in de buurt van Kunduz samen met een Duits Provincial Reconstruction Team (PRT) onder vuur genomen nadat een Duits voertuig over een bermbom was gereden. Drie Duitse soldaten kunnen het niet meer navertellen, vijf anderen raakten ernstig gewond (DS 3 april). Amper een week na de regeringsbeslissing om de missie van de zeshonderd Belgische militairen in Afghanistan met één jaar te verlengen, komt de oorlog plots akelig dichtbij. Statistisch gezien is het een kwestie van tijd voor de eerste Belgische dode valt.

'Als minister van Defensie leef je voortdurend met die druk', geeft Pieter De Crem (CD&V) toe. 'Maar als je daar niet mee omkan, moet je deze job niet doen. Zware incidenten kan je nu eenmaal nooit uitsluiten. Ik ben daar op voorbereid. Als er toch een dodelijk slachtoffer valt, komt het erop aan de familie zo snel mogelijk op de hoogte te brengen. Een overlijden meedelen, doe je niet zomaar eventjes over de telefoon, dat doe je persoonlijk.'

De druk zal ook politiek enorm worden opgevoerd als er een dode valt in Afghanistan.

'De beslissing om aan operaties deel te nemen is altijd een beslissing van de voltallige regering. Ik zeg dat niet om mijn verantwoordelijkheid te ontlopen, maar om erop te wijzen dat er hierover binnen de regering solidariteit heerst.'

Toch zal men eerst bij u komen aankloppen, als er iets gebeurt.

'Ik besef dat sommigen in het parlement gewoon zitten te wachten op het eerste Belgische slachtoffer in Afghanistan. Ik heb een diepe verachting voor die houding. Dat zijn dezelfde mensen die keer op keer selectief verontwaardigd zijn. Vergeet niet dat we al eerder slachtoffers te betreuren hadden, maar dan wel in onze humanitaire operaties in Libanon. Ook in Congo zijn we al betrokken geweest in vuurgevechten. Ongevaarlijke buitenlandse missies bestaan nu eenmaal niet. Iedere militair die eraan deelneemt loopt gevaar.'

'Toen ik vorig jaar na schietincidenten in Afghanistan door de oppositie op het matje werd geroepen , heb ik hen proberen uit te leggen dat het de evidentie zelve is dat onze militairen vuur beantwoorden. Als zij beschoten worden, schieten ze terug, punt. Ze zijn goed opgeleid en weten de risico's in te schatten. Je kan toch niet verwachten dat ze eerst naar de minister bellen om te vragen of ze hun wapen mogen trekken?'

Heeft u de publieke opinie mee? Hebben mensen geen verkeerd beeld van zo'n missie?

'Alles wat met defensie te maken heeft, heeft in ons land een zeer emotionele impact. Dat heeft te maken met de erfenis van de IJzer, het pacifisme van het interbellum, een slecht verwerkt oorlogsverleden. Er is een diepgeworteld antimilitarisme, vooral in het noorden van het land. Als er iets gebeurt, zal dat een enorme impact hebben op de publieke opinie. Als een C-130 die op drie motoren moet landen al twaalf uur lang het radionieuws kan beheersen, kan ik mij al voorstellen wat me te wachten staat bij een dodelijk slachtoffer.'

Bent u jaloers op collega's uit landen waar de bevolking meer achter het leger staat?

'O, maar dit geeft overal problemen, hoor. Zelfs in het Verenigd Koninkrijk of Frankrijk hebben ze hun tolerantiedrempel al lang overschreden. In een Britse krant las ik onlangs het portret van de tweehonderdste dode, ondertussen zitten ze al voorbij de 240. En in Frankrijk zindert de moorddadige aanslag waarbij Franse militairen letterlijk de keel werd overgesneden nog altijd na. Bovendien stonden de daders nadien met hun uniformen in Paris Match. Mijn Franse collega Hervé Morin vertelde me dat hij sindsdien niet meer neutraal over Afghanistan kan spreken.'

Maar 21 doden, zoals in Nederland, dat overleeft onze aanwezigheid in Afghanistan toch niet?

'Dat debat zullen we dan voeren. Maar ons engagement is klaar en duidelijk.'

Zo lang uw transformatieplan voor Defensie loopt, wilt u alvast geen nieuwe buitenlandse missies opnemen.

'Nieuwe opdrachten kunnen we nu niet meer aan, nee, echt niet. Ook aan de beslissing over Afghanistan is veel voorbereidend werk vooraf gegaan. Het is niet altijd makkelijk om tot een consensus te komen in de federale regering. Sommigen wilden de F16's terugtrekken, of alleen terugplooien op Kunduz, onze PRT-deelname afschaffen... Toen de mogelijkheid zich dus voordeed om die missie te verlengen tot eind 2011, hebben we meteen doorgezet. Zo vermijden we dat we onszelf over een paar maanden moeten pijnigen met een Afghanistandiscussie terwijl het Europees voorzitterschap voor de deur staat.'

'Een verrassing was die verlenging trouwens niet, ik heb die deur altijd opengelaten. We doen ons werk daar in moeilijke omstandigheden maar de grote zichtbaarheid van onze militairen doet ons imago veel goed. We steunen daarmee ook de politiek van president Barack Obama, volgens mij de enige goede benadering.'

Congo is nog zo'n moeilijk debat. Terwijl er vernietigende rapporten over het Congolese leger verschijnen, nodigt u hen doodleuk uit om mee te defileren op 21 juli.

'We zitten in een nieuwe relatie met Congo, na vijftig jaar is er een relatie van gelijken. Die is tot stand gekomen met een document dat toenmalig premier Herman Van Rompuy (CD&V) en president Joseph Kabila hebben ondertekend. We zijn afgestapt van het traditionele systeem van geld geven en materiaal kopen. Toen ik in de regering voorstelde om Congolese militairen op te leiden, werd dat op grote scepsis onthaald. Maar ons proefproject werkt. We leiden militairen op in Kananga en vormen nadien een bataljon in een voormalig Belgisch militair kamp in Kindu. Daar zien we nu de voorafspiegeling van hoe bataljons in Congo moeten werken.'

Maar rechtvaardigt zo'n geslaagd experiment een uitnodiging voor het Congolese leger om in Brussel mee te paraderen?

'Dat was een beleefdheidsformule bij het einde van een gesprek. Meer was dat niet. Ik heb gezien welke reacties er kwamen en gaf er de voorkeur aan om niet te reageren vanop 9.000 kilometer afstand.'

U heeft wel meteen telefoon gekregen van premier Leterme.

'Wij hebben uiteraard overlegd. Dat is normaal als je ziet hoe de dingen uit hun context gerukt worden. Zeker op een moment dat het hervormingsplan in uitvoering gaat en de vrijdag daarop het Afghanistandossier er zat aan te komen. In de politiek zijn je niet veel cadeaus gegund.'

Zullen er nu Belgische militairen deelnemen aan het defilé in Kinshasa?

'Die uitnodiging is aan alle leden van de regering bezorgd. De regering zal hierover beslissen, het wordt een totaalpakket, waarin ook bepaald wordt welke ministers aanwezig zullen zijn.'

Denkt u achteraf nooit: 'Verdorie toch, De Crem, je had beter op je tong gebeten?'

'Er is meer nodig om mij van mijn stuk te brengen.'

Toch communiceert u niet al te best in dat soort situaties. U heeft ook de reputatie een kort lontje te hebben.

(lacht) 'Had ik een buik, ik hield hem vast van het lachen. Kijk, ik probeer dit departement goed te besturen. Er zijn veel zaken die goed gaan, en er zijn zaken die rechtgezet moeten worden. Beleid voeren betekent voor mij keuzes maken. Achteraf zal de kiezer wel oordelen of mijn aanpak de goede was. Ik ben voor duidelijkheid, ja, dat is mijn handelsmerk. Dat heeft niets te maken met ontvlambaarheid, dat is gedrevenheid. Ik denk niet dat we tot nu toe zo'n slecht resultaat behaald hebben. Over de essentie van mijn beleid, het transformatieplan en een historische hervorming van defensie, krijg ik zelden of nooit vragen. Men weet dat ik doe wat ik moet doen. Niet iedereen kan daar goed mee om.'

Zelfs nu het plan in uitvoering is, blijven VSOA en ACOD u bekampen.

'Het plan was een absolute noodzaak. Ondanks de zure oprispingen bij sommige vakbonden weet men ook daar dat er niet veel anders op zat. De impact van de lonen en bijkomende vergoedingen was onhoudbaar. In 2007 hadden we 41.114 effectieven bij Defensie, eind 2011 zullen dat er nog 34.620 zijn. Ons doel van 34.000 zal begin 2012 gehaald worden. Wie na mij komt, krijgt niet de impact van het transformatieplan en krijgt geen doorgeschoven rekeningen. Het is veel gemakkelijker om dat allemaal uit te stellen, maar zo ben ik niet.'

'Ik ga het licht van de zon niet ontkennen, de meerderheid zat soms in de oppositie als het over dit plan ging. Dat behoort tot het politieke spel. Eigenlijk is er nu nog altijd, in meerderheid en oppositie, een redelijk grote consensus over dit plan. Dat dit wat turbulentie veroorzaakte, is normaal: we gaan naar grotere operationele structuren, we halen de dubbels eruit en de oude communautaire structuur is uit den boze.'

Didier Reynders (MR) heeft u toch de maat genomen? De Crem moet zijn plan aanpassen of hij heeft een probleem, zei hij.

'Men wilde Bastenaken en Aarlen openhouden. We zaten 65 jaar na het nuts van generaal McAuliffe, met allerhande festiviteiten. Met de Dodengang, Breendonk en de Kemmelberg hadden we drie memorialen in het noorden. In het zuiden was er niks. Vandaar dat de vraag kwam om iets te doen voor Bastogne. Zonder aan de filosofie van het plan te sleutelen, kon ik perfect inpassen dat Bastonge een memoriaalfunctie kreeg. That's it. Dat zijn appreciatiekeuzes. Ze vroegen nog veel meer, de PS wou Amay openhouden, in Bastogne wilden ze de artillerie behouden... Daarna wou ik in de ministerraad van iedereen weten of het ja of nee was. Het was ja.'

En toch dreigen de vele incidenten uw beleid onder te sneeuwen. Een misser in Congo of een krantenpagina over uw reislust blijven langer hangen dan uw hervormingsplan.

'De mensen zijn veel slimmer dan dat. Er zijn er die op lokaal vlak geprobeerd hebben mij onderuit te halen en dat is hen slecht en mij heel goed bekomen (Jef Tavernier (ex-Groen!) nam het in Aalter vergeefs op tegen De Crem in de gemeenteraadsverkiezingen, red.). En wat betreft mijn reislust: ik was al in al die landen geweest voor ik minister werd. In één land niet, dat geef ik toe: Afghanistan.'

Behalve wereldreiziger, bent u ook polyglot. U zou zeven talen spreken?

'Als ik Aalters en Gents even buiten beschouwing laat, ja: Nederlands, Frans, Engels, Duits, Spaans, Italiaans, Portugees. Dat zijn er zeven, maar ik trek ook mijn plan in het Russisch. Bijna acht, dus.'

Spaans, Italiaans en Portugees liggen voor de hand bij een romanist, maar Duits en Russisch?

'Duits vind ik gewoon een zeer mooie taal, dat heb ik in de humaniora al opgepikt. En Russisch, dat is zuiver zelfstudie. Men kan mij moeilijk van communistische sympathieën verdenken, maar omdat ik in Leuven actief was in het studentenleven ben ik er wel eens aangesproken door iemand die namens de Sovjetunie mensen benaderde. (lacht) Ik was nochtans voor het plaatsen van kernraketten, maar men heeft mij toen toch gevraagd of ik geen cursus Russisch wilde volgen. Ik heb toen beleefd gezegd dat als ik ooit Russisch zou leren, ik de cursus wel zelf zou betalen. Het is een heel moeilijke taal, maar ik heb een grote passieve kennis. Ik kan de draad volgen van heel wat gesprekken en in internationale middens is dat niet oninteressant.'

Op federaal niveau slorpt Brussel-Halle-Vilvoorde ondertussen weer alle aandacht op. Gelooft u in een goed einde?

'Er moet hoe dan ook een oplossing komen voor het probleem met de kieswet. Ik heb een belangrijke rol gespeeld om het dossier zover te krijgen (als voorzitter van de kamercommissie die in november 2007 het splitsingsvoorstel voor BHV stemde, red.). Dat is mij trouwens niet altijd in dank afgenomen. Maar we kunnen het land bij volgende verkiezingen niet in chaos storten. De imagoschade die we daarbij zouden oplopen, kan je je gewoon niet veroorloven.'

De retoriek van de voorbije week moet toch zorgen baren?

(denkt na) 'Het zet geen zoden aan de dijk, dat klopt. Iedereen moet nu zijn koelbloedigheid bewaren. Nu moet je de koppen tellen en kijken wie je kan meekrijgen om een eerbaar akkoord te maken.'

De koppen van het FDF ook?

'Ik sluit niets en niemand uit. Het gaat om politieke verantwoordelijkheid. Wil men dit dossier nu oplossen of niet?'

Een geluk dat uw plan al gebetonneerd is.

'Ik weet niet of er vervroegde verkiezingen zullen zijn, maar in elk geval zijn de plannen voor de hervorming uitgevoerd.'